Zo, het nieuwe jaar is weer begonnen en voor je het weet is het alweer Valentijnsdag. Mooie gelegenheid om eens een hart te haken. Ik heb een bestaande beschrijving aangepast om een vorm te krijgen die ik ergens op een plaatje zag en mooier vond. Afgekeken dus en daarom doe ik mijn experiment aan iedereen kado!
Ook dit is weer zo'n leuk klein projectje waar je je restanten voor kunt gebruiken. De zuurstokroze is gemaakt van standaardacryl met naald 4 en is ongeveer 8 cm hoog en 9 cm breed geworden.
Je moet voor dit patroon enige kennis hebben van amigurumi haken, maar je hoeft geen expert te zijn. Als je een bolletje in het rond kan haken lukt dit absoluut. Kijk anders even verder op de blog voor mijn hulpartikel hierover.
Het hart wordt in vasten van boven naar onderen gehaakt. Haak twee halve bollen volgens het schema 6, 12, 18, 18, 18. Dat wil zeggen 6 steken opzetten in een magische ring, dan verdubbelen naar 12 dan elke 2e steek meerderen naar 18. En nog 2 toeren van 18.
Hecht de ene volledig af. Let op dat je het laatste lusje niet te strak trekt en steek de afgeknipte draad onder de lus van de 1e steek naar achteren en zet hem vast. Hecht van de tweede alleen het opzetdraadje af.
Pak de lus weer op en haak een vaste in de 1e steek van de laatste toer van de andere helft. Haak alle 18 steken rondom en spring dan over op de beginhelft en haak hier ook alle (18) steken. Zet nu een stekenmarkering aan deze kant want hier zit steeds je beginsteek. Haak nu eventueel nog een hele toer (dan wordt het hartje 1 toer langer dan die op de foto, ik ben meteen begonnen met minderen). Stop bij steek 17 van de rechterhelft en haak steek 18 van de rechter- en steek 1 van de linkerhelft samen. Doe hetzelfde aan de andere kant. Je hebt nu aan beide kanten 16 steken tussen de twee minderingen. Haak aan beide kanten nu de geminderde steek samen met de steek links ervan. Bij de volgende toer gaan we 4 steken minderen. Begin weer met de mindering in het midden, haak 6 steken en haak dan steek 7 en 8 samen. Dan moet je weer 6 steken over hebben tot de volgende mindering in het midden. Doe aan de andere kant weer exact hetzelfde. De volgende toeren blijf je steeds minderen bovenop de reeds geminderde steek. Als je nog 2 steken over hebt tussen de minderingen vul je het hart licht op. Haak dan de twee laatste toeren. Aan het eind heb je alleen nog de 4 geminderde steken over. Hecht af, en trek het gaatje bovenin het midden dicht met een draadje dat je door de rand slingert. Je kunt hier natuurlijk ook nog een koordje of leuk ophanglintje insteken.
dinsdag 3 januari 2012
Gratis patroon gehaakt hart
Labels:
Amigurumi,
Haken,
Handwerken,
Hart,
Patronen,
Valentijnsdag
Locatie:
The Netherlands
zondag 23 mei 2010
Hulp bij amigurumi haken II
Alweer een hele tijd geleden vond ik bij het vuil een roze gebreid vest van katoen en katoenen garen is behoorlijk duur dus dat laat ik nooit liggen. Uitgehaald is dit wat ervan over is minus de dingetjes die ik er al van heb gemaakt.
Bijvoorbeeld herbruikbare make-up pads.
Alleen die kleur… tja, wat moet je verder nou met babyroze?
Een varkentje was het leukste dat ik kon bedenken en hoewel ik nog niet helemaal gevallen ben voor amigurumi heb ik maar eens een eigen ontwerpje gemaakt.
Hier geen patroon maar een paar trucjes die ik heb bedacht om het in elkaar zetten van de delen een stuk makkelijker te maken.
Ik heb er namelijk een gruwelijke hekel aan. Spelden vind ik onhandig want ze schieten van hun plaats of ze vervormen het werk… Dus hoe krijg je dan alles zonder frustratie netjes op de juiste plek?
Tip 1: De oortjes en het staartje heb ik direct op het lijf gehaakt. De plaatsbepaling ervan is nu alleen een kwestie van goed steken tellen. De oortjes bestaan uit een enkele laag van een paar toeren en door ze in een punt over drie toeren te zetten klappen ze vanzelf iets naar voren om. Precies wat ik wilde (een hangoorzwijntje). De toerenwissel van het lijf kan het beste precies aan de onderkant van de snuit vallen. Ik laat daarom de markering altijd zitten tot ik klaar ben met beide oren. Vanuit het middelpunt ertussen bepaal ik dan waar de staart moet komen.
Tip 2: De pootjes. Ik heb vrij dikke katoen gebruikt dus de steken zijn groot in verhouding en door de spiraaltechniek werden ze erg asymmetrisch. Dat kan je wel wegwerken bij het opnaaien, maar als je daar toch al moeite mee hebt is dat een extra hindernis.
Maar waarom vasthouden aan de regels van amigurumi? Voor m’n tweede proef heb ik gewoon ouderwets gesloten toeren gehaakt en nu zijn m’n pootjes perfect rond. Je haakt een keerlosse voor elke volgende toer waarin je de toer sluit met een halve vaste. Deze tel je als je laatste steek. Gesloten toeren laten een naad zien, maar bij zo’n klein werkje valt deze nauwelijks op. Om hem iets platter te krijgen haak je de halve vaste onder de achterste lus van de keerlosse. Door de naad bij het opnaaien naar de binnenkant van het lijf te draaien is er uiteindelijk helemaal niets van te zien.
Tip 3: Opnaaien van de pootjes. Wie de vorige post heeft gelezen weet al dat ik erg van hulpnaadjes houd. Ook nu weer heb ik dat middel gebruikt om het midden van de buik te bepalen door er een draadje in een afstekende kleur over te rijgen. Kost soms drie keer kijken en tellen voor het echt goed zit, maar dan is de rest een fluitje van een cent en kan je de pootjes zo uit de losse hand precies op hun plek zetten!
Voor de oogjes heb ik simpel een klein kraaltje gebruikt en meer detail leek me niet nodig.
Volgens mij heb ik dit varkentje wel gewassen.
Labels:
Amigurumi,
Garens,
Haken,
Handwerken,
Poppen
maandag 1 maart 2010
Hulp bij Amigurumi haken
Voor wie weinig ervaring heeft en al meteen met die schattige beestjes wil beginnen is het meerderen en minderen bij het rondhaken in een spiraal een lastige opgave.
Zonder gesloten toeren kun je het begin ervan niet zien en daarom moet je je steken tellen (wat niemand volhoudt) of een markering gebruiken. Maar ook het goed ‘zien’ van hoe je steken zitten is erg belangrijk. Als je dat door hebt wordt het een stuk makkelijker om de tel niet kwijt te raken!
Hieronder vind je een paar basistips voor het haken van een bolletje. Als je dit op deze manier een paar keer oefent kan je alle amigurumi-patronen moeiteloos lezen en namaken. Let op: dit is dus zelf geen patroon maar een hulpmiddel om amigurumi-patronen beter te begrijpen en uit te werken.
Om de foto's nog beter te bekijken kan je erop klikken om ze te vergroten.

Ik heb een voorbeeld gehaakt met alle meerderingen en minderingen in een afstekende kleur (groen) zodat je makkelijker ziet hoe die eruitzien en waar ze zitten in het werk.

Het eerste wat je moet weten is dat rondgehaakte vasten in principe iets schuin boven elkaar staan. Als je een rechte kokervorm haakt ziet dat er schematisch als hierboven uit. Je begin- en eindpunt loopt dus iets schuin naar rechts omhoog, maar door meerderen en minderen verandert de richting van de lijn.

Daarom raad ik je aan om geen losse ‘stitchmarker’ te gebruiken, maar een draadje garen in een afstekende kleur tussen de eerste en laatste steken van je toeren te rijgen. Op die manier kan je nooit je oorspronkelijke beginpunt kwijtraken en zie je ook duidelijk wat er gebeurt.
Onderstaand voorbeeld gaat uit van de meest voorkomende bolvorm met een eerste toer van 6 steken en 6 meerderingen per toer. Bij de eerste paar toeren kan je nog wel meetellen en omdat je nog weinig ruimte hebt om een markering in te steken een goed extra hulpmiddel. De truc is om als het ware ritmisch door te tellen met de nadruk op je meerderingen en de tafels van vermenigvuldiging in je hoofd.
Tweede toer. Elke steek verdubbelt, dus tel je
1-2; 3-4; 5-6; 7-8; 9-10; 11-12 (de tafel van twee, want er ontstaan groepjes van twee).
Volgende toer meerder je altijd in elke tweede steek van de vorige toer:
1 2-3; 4 5-6; 7 8-9; 10 11-12; 13 14-15; 16 17-18 (de tafel van drie, groepjes van drie).
En dan de in derde:
1 2 3-4; 5 6 7-8; 9 10 11-12; 13 14 15-16; 17 18 19-20; 21 22 23-24 (de tafel van vier, groepjes van vier).

Na drie à vier toeren heb je voldoende ruimte om een markering te plaatsen tussen de eerste en de laatste steek. Wat door de kleurtjes meteen opvalt is dat de meerdering altijd de laatste steek is. Hou dat in gedachten bij het verder doorrijgen van de markeringsdraad.
Wanneer je elke toer blijft meerderen krijg je een platte ronde vorm die zeshoekiger wordt naarmate je hem groter maakt. Elke nieuwe meerdering zit namelijk op precies dezelfde plek en moet in de tweede steek van de vorige meerdering vallen. Als je het goed hebt gedaan zie je ze duidelijk boven elkaar zitten en heb je rechte lijntjes van dubbele steken. Ook je ‘hulpnaadje’ moet keurig recht naar boven lopen. Als er ergens iets verspringt klopt het niet.

Een bolvorm ontstaat zodra je er toeren zonder meerderingen tussen gaat voegen. Elk patroon geeft precies aan waar en hoeveel. Let nu goed op wat er met je hulpnaadje gebeurt. Omdat er minder meerderingen zijn gaan de steken meer hun natuurlijke schuine stand aannemen. Je naadje krijgt dus een lichte knik naar rechts.
Let bij volgende meerderingen goed op dat deze ook weer precies boven de tweede steek van de vorige vallen. Je moet dus door de toeren naar beneden tellen om te controleren of je goed zit. Onthou dat je dus iets schuin naar beneden moet kijken! Als je dit een paar keer oefent ga je vanzelf herkennen waar je meerderingen moeten komen en wordt het ook makkelijker om de tel niet kwijt te raken wanneer je grotere tussenruimtes krijgt.

Na het midden van je werk gaat alles in omgekeerde richting terug door middel van minderingen. De grap is dat je misschien denkt dat je naad nu naar links afbuigt maar dat is niet zo. Omdat je altijd in dezelfde richting haakt veroorzaakt het samen haken van de steken juist een nog sterkere afbuiging naar rechts! Je haakt namelijk de steek boven de vorige geminderde steek samen met de steek ervóór. Ook hier geldt weer dat elke laatste mindering ook het einde van de toer is.

Hier nog een foto van de bovenkant met de minderingen.

En de onderkant met de meerderingen.
Tot slot nog wat bespaartips. Als je eenmaal genoeg gevorderd bent om met een losse stitchmarker te werken hoef je hiervoor niet naar de winkel. Ik gebruik gewoon een haakje van een oude oorbel. Dat kan je eventueel nog mooier maken door er een kraaltje aan te hangen.
En ook voor de vulling heb je vast nog wel ergens een oud kussen of een versleten slaapzak of knuffelbeest dat je kan slopen.
Zonder gesloten toeren kun je het begin ervan niet zien en daarom moet je je steken tellen (wat niemand volhoudt) of een markering gebruiken. Maar ook het goed ‘zien’ van hoe je steken zitten is erg belangrijk. Als je dat door hebt wordt het een stuk makkelijker om de tel niet kwijt te raken!
Hieronder vind je een paar basistips voor het haken van een bolletje. Als je dit op deze manier een paar keer oefent kan je alle amigurumi-patronen moeiteloos lezen en namaken. Let op: dit is dus zelf geen patroon maar een hulpmiddel om amigurumi-patronen beter te begrijpen en uit te werken.
Om de foto's nog beter te bekijken kan je erop klikken om ze te vergroten.
Ik heb een voorbeeld gehaakt met alle meerderingen en minderingen in een afstekende kleur (groen) zodat je makkelijker ziet hoe die eruitzien en waar ze zitten in het werk.
Het eerste wat je moet weten is dat rondgehaakte vasten in principe iets schuin boven elkaar staan. Als je een rechte kokervorm haakt ziet dat er schematisch als hierboven uit. Je begin- en eindpunt loopt dus iets schuin naar rechts omhoog, maar door meerderen en minderen verandert de richting van de lijn.
Daarom raad ik je aan om geen losse ‘stitchmarker’ te gebruiken, maar een draadje garen in een afstekende kleur tussen de eerste en laatste steken van je toeren te rijgen. Op die manier kan je nooit je oorspronkelijke beginpunt kwijtraken en zie je ook duidelijk wat er gebeurt.
Onderstaand voorbeeld gaat uit van de meest voorkomende bolvorm met een eerste toer van 6 steken en 6 meerderingen per toer. Bij de eerste paar toeren kan je nog wel meetellen en omdat je nog weinig ruimte hebt om een markering in te steken een goed extra hulpmiddel. De truc is om als het ware ritmisch door te tellen met de nadruk op je meerderingen en de tafels van vermenigvuldiging in je hoofd.
Tweede toer. Elke steek verdubbelt, dus tel je
1-2; 3-4; 5-6; 7-8; 9-10; 11-12 (de tafel van twee, want er ontstaan groepjes van twee).
Volgende toer meerder je altijd in elke tweede steek van de vorige toer:
1 2-3; 4 5-6; 7 8-9; 10 11-12; 13 14-15; 16 17-18 (de tafel van drie, groepjes van drie).
En dan de in derde:
1 2 3-4; 5 6 7-8; 9 10 11-12; 13 14 15-16; 17 18 19-20; 21 22 23-24 (de tafel van vier, groepjes van vier).
Na drie à vier toeren heb je voldoende ruimte om een markering te plaatsen tussen de eerste en de laatste steek. Wat door de kleurtjes meteen opvalt is dat de meerdering altijd de laatste steek is. Hou dat in gedachten bij het verder doorrijgen van de markeringsdraad.
Wanneer je elke toer blijft meerderen krijg je een platte ronde vorm die zeshoekiger wordt naarmate je hem groter maakt. Elke nieuwe meerdering zit namelijk op precies dezelfde plek en moet in de tweede steek van de vorige meerdering vallen. Als je het goed hebt gedaan zie je ze duidelijk boven elkaar zitten en heb je rechte lijntjes van dubbele steken. Ook je ‘hulpnaadje’ moet keurig recht naar boven lopen. Als er ergens iets verspringt klopt het niet.
Een bolvorm ontstaat zodra je er toeren zonder meerderingen tussen gaat voegen. Elk patroon geeft precies aan waar en hoeveel. Let nu goed op wat er met je hulpnaadje gebeurt. Omdat er minder meerderingen zijn gaan de steken meer hun natuurlijke schuine stand aannemen. Je naadje krijgt dus een lichte knik naar rechts.
Let bij volgende meerderingen goed op dat deze ook weer precies boven de tweede steek van de vorige vallen. Je moet dus door de toeren naar beneden tellen om te controleren of je goed zit. Onthou dat je dus iets schuin naar beneden moet kijken! Als je dit een paar keer oefent ga je vanzelf herkennen waar je meerderingen moeten komen en wordt het ook makkelijker om de tel niet kwijt te raken wanneer je grotere tussenruimtes krijgt.
Na het midden van je werk gaat alles in omgekeerde richting terug door middel van minderingen. De grap is dat je misschien denkt dat je naad nu naar links afbuigt maar dat is niet zo. Omdat je altijd in dezelfde richting haakt veroorzaakt het samen haken van de steken juist een nog sterkere afbuiging naar rechts! Je haakt namelijk de steek boven de vorige geminderde steek samen met de steek ervóór. Ook hier geldt weer dat elke laatste mindering ook het einde van de toer is.
Hier nog een foto van de bovenkant met de minderingen.
En de onderkant met de meerderingen.
Tot slot nog wat bespaartips. Als je eenmaal genoeg gevorderd bent om met een losse stitchmarker te werken hoef je hiervoor niet naar de winkel. Ik gebruik gewoon een haakje van een oude oorbel. Dat kan je eventueel nog mooier maken door er een kraaltje aan te hangen.
En ook voor de vulling heb je vast nog wel ergens een oud kussen of een versleten slaapzak of knuffelbeest dat je kan slopen.
Labels:
Amigurumi,
Haken,
Handwerken
zaterdag 12 december 2009
Feminist Review

Een paar weken geleden was mevrouw Brittany Shoot zo vriendelijk een aardig artikel te schrijven over mijn werk, winkel en blog. De schrijvers van deze Feminist Review krijgen niet betaald, maar mogen de hen gratis ter beoordeling opgestuurde producten behouden.
Wat ook erg aardig is is dat de Amerikaanse Brittany in Denemarken woonachtig is en een grote interesse heeft voor (Noord-)Europese kunstenaars en craft(st)ers. Ook kunnen lezers deze maand nog een lederen polsband winnen van Michelle Verbeek. Klik daarvoor op de link rechtsboven op de pagina.
Verder naar beneden in de side-bar vind je ook informatie over wat je moet doen als je zelf een product ter beoordeling wilt insturen. Ik ben ervoor benaderd door de schrijfster, maar je kunt ook zelf het initiatief nemen!
vrijdag 16 oktober 2009
Handige link voor foto-editing
Voor wie geen Photoshop heeft en zich behelpt met Microsoft Photo editor, Painter en/of de bijgeleverde software van je camera; de mogelijkheden zijn verschillend maar meestal beperkt. Dit is een website waar je gratis foto's kunt bewerken die net iets meer heeft dan wat je op bijvoorbeeld op Photobucket of Flickr kunt doen:
Wat het voor mij toevoegt is dat je er tekst of een 'watermerk' (zichtbaar, niet alleen bij het printen) kunt inplakken zonder witte achtergrond (zoals bij Painter). Bij een gratis account is de keuze aan lettertypes wel beperkt; je kunt ook nog uit wat plaatjes kiezen om in te plakken.
Dit is een voorbeeld van een proefje voor een banner in 760 x 100 formaat, bijvoorbeeld geschikt voor een Etsy of Artfire winkel. Ik heb 'm eerst uitgeknipt uit een foto met Microsoft Photo Editor. Die vind ik daarvoor handig omdat je meteen het exacte formaat kunt berekenen. Daarna op de site de letters en het plaatje ingeplakt.
maandag 6 juli 2009
Gratis patroon gehaakte bloem

Alsjeblieft, de beschrijving van mijn befaamde bloemetje, gratis en voor niks voor jou! Als je nou toch je dankbaarheid financieel wilt tonen kan je me hier rechts of onderaan het artikel een paar $miles geven.
Svp niet commercieel gebruiken tenzij het voor een bazaar of een ander goed doel is. Ook vind ik het oke als je het in een groter object dat je te koop aanbiedt als versiering gebruikt, maar dan wel graag met vermelding van mijn naam en winkel (zie onderaan).
Dit ontwerp is een door mijzelf uitgedokterde variatie op het traditionele Ierse roosje dat je in elk goed haakboek moet kunnen vinden. Het hart van het Ierse roosje heeft gaten en ziet eruit als een soort wagenwiel. Dat komt doordat het hartje op dezelfde manier op boogjes wordt gehaakt als de buitenste randen bloemblaadjes. Hierdoor kun je het niet mooi op een speldje of haarspeld bevestigen.
Daarom heb ik een roosje ontwikkeld met een gesloten midden zonder boogjes. Met deze duidelijke stap-voor-stap beschrijving kan iedereen het nu zelf maken. Ook beginners! Ik ga er wel vanuit dat je de basistechniek van het haken enigszins beheerst. Dat wil zeggen dat je lossen, vasten, halve vasten, stokjes en halve stokjes kunt haken.
Naald- en materiaalkeuze.
Gebruik in elk geval de dunste naald die het garen aangeeft, maar het liefst nog een maat dunner. Hoe strakker je haakt, hoe beter het driedimensionale effect van dit ontwerp uitkomt, zeker als je katoen gebruikt. Wol heeft van zichzelf meer de neiging om op te krullen dan (zachte) katoen. Als je voor wol kiest, kun je wel met een normale naaldkeuze al een heel aardig resultaat krijgen. Aan te raden voor beginners dus.
Opzet.
Haak 4 lossen en sluit de ring met een halve vaste.
Eerste toer: vasten.
Haak 1 losse, vervolgens 7 vasten. Steek de naald onder de lossen, niet erin. Haak het opzetdraadje onder de 2 laatste steken en sluit de toer met een halve vaste in de halve vaste waarmee je de voorgaande toer heb gesloten. Trek na de toer het opzetdraadje ietsje aan om de eerste en laatste steek mooi tegen elkaar aan te trekken. Dit wordt op deze manier mooier dan wanneer je het achteraf wegsteekt.
Tweede toer: stokjes.
Haak 2 lossen. Haak nu in elke vaste van de voorgaande toer 2 stokjes. Je hebt nu 14 stokjes. Het 15e stokje haak je in de lus van de halve vaste die je hebt gebruikt om de toer te sluiten. De keerlossen staan voor het 16e stokje. Sluit de toer met een halve vaste in de 2e losse daarvan.
Derde toer: het kransje in het hart.
Haak 1 losse. In de eerste steek van deze toer komt een vaste. In de tweede steek haak je 1 half stokje, 1 stokje en nog een half stokje. In de volgende steek weer een vaste en dan weer dat groepje van drie. Dit herhaal je tot het einde van de toer. Je komt uit met een vaste in de 15e steek, je laatste echte stokje. Er moet echter nog een groepje van half stokje, stokje, half stokje bij. Dit haak je weer in de lus van de halve vaste waarmee je de voorgaande toer had gesloten. Sluit nu ook deze toer weer met een halve vaste (in de halve vaste van de voorgaande toer).
Vierde toer: het raamwerk waarop de eerste rand blaadjes wordt gehaakt.
Nu volgt het ingewikkeldste deel. Haak 2 lossen en keer het werk om. Bij het traditionele Ierse roosje is op deze plek 1 losse voldoende, maar dat trekt bij mijn ontwerp het randje omlaag en dat is geen mooi gezicht. Bij de volgende randen is 1 losse wel voldoende. Je gaat dus aan de achterkant verder. Steek de naald (dwars) onder het stokje dat onder je eerste vaste van de toer ligt. Sla de draad om je naald en haak 1 vaste. Haak nu 5 lossen. Maak een omslag en haak een stokje om het stokje dat onder de volgende vaste ligt (= 1 stokje overslaan). Haak nu 3 lossen en maak dan het volgende stokje. Na het laatste stokje haak je nog drie lossen en sluit dan de toer met een halve vaste in de 2e losse van de ketting waarmee je de toer bent begonnen.
Vijfde toer: de eerste rand bloemblaadjes.
Haak 1 losse en keer het werk weer om. De rest van de werkwijze is nu identiek aan die van het Ierse roosje. Let echter nog wel even op mijn speciale afwerkingstip!! Je hebt nu een rand van boogjes onder het werkje gehaakt. Haak nu om het eerste boogje 1 vaste, 1 half stokje, 3 stokjes, 1 half stokje en 1 vaste. Herhaal dit bij alle boogjes. Sluit de toer met een halve vaste. Je kunt nu naar wens afhechten of nog een rand haken.
Haak 1 losse en keer het werk weer om. De rest van de werkwijze is nu identiek aan die van het Ierse roosje. Let echter nog wel even op mijn speciale afwerkingstip!! Je hebt nu een rand van boogjes onder het werkje gehaakt. Haak nu om het eerste boogje 1 vaste, 1 half stokje, 3 stokjes, 1 half stokje en 1 vaste. Herhaal dit bij alle boogjes. Sluit de toer met een halve vaste. Je kunt nu naar wens afhechten of nog een rand haken.
Optioneel: tweede rand blaadjes.
Je haakt eerst weer een raamwerk van boogjes. Haak 1 losse en keer het werk weer om. Haak 1 vaste om het stokje dat onder je naald ligt. Haak 6 lossen. Maak een omslag en haak een stokje om het volgende stokje. Haak 4 lossen en weer een stokje. Je eindigt weer met 4 lossen en sluit met een halve vaste in de 2e losse van de ketting waarmee je de toer bent begonnen. Haak weer 1 losse voor het keren. Vul de boogjes op dezelfde manier als de eerste rand, maar haak 5 stokjes in plaats van drie. Je kunt in principe zoveel randen toevoegen als je zelf wilt. Elke keer voeg je 1 losse aan het boogje en 2 stokjes aan het blaadje toe.
Afwerking.
Knip de draad af en trek hem door de laatste steek. Steek de draad met een stopnaald door de eerste vaste van de toer heen. Trek de draad stevig aan. Doordat ze op de lossen ‘staan’ en niet op een stokje, trekken de laatste twee blaadjes altijd een beetje naar één kant toe, waardoor het roosje niet mooi rond is. Dit los je op door de afhechtdraad met een paar overhandse steken door de rijen lossen heen te trekken. Trek de draad nu ietsje aan zodat de blaadjes iets meer naar het midden getrokken worden en zet de draad met een paar knoopsteekjes vast in de onderste steken. Met het opzetdraadje kun je het roosje ergens opnaaien, of er bijvoorbeeld een kraaltje mee in het hart van het roosje bevestigen. Anders hecht je het gewoon af.
Knip de draad af en trek hem door de laatste steek. Steek de draad met een stopnaald door de eerste vaste van de toer heen. Trek de draad stevig aan. Doordat ze op de lossen ‘staan’ en niet op een stokje, trekken de laatste twee blaadjes altijd een beetje naar één kant toe, waardoor het roosje niet mooi rond is. Dit los je op door de afhechtdraad met een paar overhandse steken door de rijen lossen heen te trekken. Trek de draad nu ietsje aan zodat de blaadjes iets meer naar het midden getrokken worden en zet de draad met een paar knoopsteekjes vast in de onderste steken. Met het opzetdraadje kun je het roosje ergens opnaaien, of er bijvoorbeeld een kraaltje mee in het hart van het roosje bevestigen. Anders hecht je het gewoon af.
Gefeliciteerd, je roosje is klaar!
Tips.
Experimenteer met kleurtjes, kraaltjes en (aparte) materialen. Wat dacht je van raffia? Of rolgordijnkoord!
Je kunt het roosje op je kleding naaien, met textiellijm ergens opplakken of er een broche of haarspeld van maken. Bedenk zelf maar wat. Als je het roosje niet op een speldje doet, maar opnaait of plakt, zet dan de onderste blaadjes vast, dan krullen ze niet op. Vind ik persoonlijk het mooiste.
Succes en heel veel plezier met haken!
Tips.
Experimenteer met kleurtjes, kraaltjes en (aparte) materialen. Wat dacht je van raffia? Of rolgordijnkoord!
Je kunt het roosje op je kleding naaien, met textiellijm ergens opplakken of er een broche of haarspeld van maken. Bedenk zelf maar wat. Als je het roosje niet op een speldje doet, maar opnaait of plakt, zet dan de onderste blaadjes vast, dan krullen ze niet op. Vind ik persoonlijk het mooiste.
Succes en heel veel plezier met haken!
Astrid Sikkema
Toch liever kopen? Winkel: http://lechatcrochet.etsy.com/
Labels:
Bloemen,
Haken,
Handwerken,
Patronen
vrijdag 22 mei 2009
Markten in juni
Wie graag handgemaakte spulletjes shopt zit goed komende maand! Op alle drie de markten hieronder is ook Le-Chat met een kraam vertegenwoordigd.
Zaterdag 6 juni: Craftymarkt in het park in het Rembrandtpark te Amsterdam. Meer info: http://www.craftymarkt.nl/

Zondag 7 juni: Grafty Gardens tuincentrum Soontiëns te Eindhoven. Meer info: http://www.craftygardens.web-log.nl/

Zondag 21 juni: Sunday Market Midsummer Lounge in Cultuurpark Westergasfabriek te Amsterdam. Meer info: http://www.sundaymarketamsterdam.com/
Zondag 7 juni: Grafty Gardens tuincentrum Soontiëns te Eindhoven. Meer info: http://www.craftygardens.web-log.nl/

Zondag 21 juni: Sunday Market Midsummer Lounge in Cultuurpark Westergasfabriek te Amsterdam. Meer info: http://www.sundaymarketamsterdam.com/
Labels:
Handwerken,
Markten,
Winkel
Abonneren op:
Berichten (Atom)




